In het daltononderwijs wordt een stuk verantwoordelijkheid van de leerkrachten overgedragen aan de kinderen. Op die manier worden de kinderen actiever betrokken bij hun eigen leerproces. Het accent wordt vooral gelegd op het zich eigen maken van de lesstof en minder op het uitvoeren van een door de leerkracht opgelegde opdracht. De leerkracht bewaakt, stuurt en controleert hierdoor meer het totale leerproces dan in het regulier basisonderwijs.

De vrijheid in gebondenheid komt vooral tot uiting in het werken met de (week)taak. De kinderen hebben een stukje vrijheid bij het werken aan of met deze taak. Deze vrijheid ligt in:

  • Het moment waarop aan welk(e) vak(gebieden) gewerkt wordt, in welke volgorde,hoe lang en waar;
  • De keuze wanneer en of er zelfstandig of samengewerkt wordt;
  • Het al of niet raadplegen van en de keuze van hulpbronnen.De leerkracht bekijkt per kind hoeveel van deze vrijheid het aankan. Door sturing en controle kan een leerkracht bepalen of de grenzen ruimer gemaakt worden of juist wat worden beperkt.Vrijheid en verantwoordelijkheid zijn twee kanten van dezelfde medaille. Het één kan niet zonder het ander. Het daltononderwijs ziet een mens/kind als een persoon die zelf mag en kan kiezen, maar die voor de gevolgen van zijn keuzes zelf de verantwoordelijkheid draagt.

In het daltononderwijs wordt het zelf naar oplossingsmethoden zoeken, het zelf leren problemen op te lossen en het zelf opdrachten uitvoeren, erg gestimuleerd. Het zelfstandig werken en de intrinsieke motivatie worden hierdoor positief beïnvloed: kinderen willen graag zelf actief bezig zijn. Door het zelfstandig werken ontstaan meer mogelijkheden de kinderen op hun eigen niveau te laten werken. De leerkracht kan zich dan meer richten op de begeleiding van kleine groepjes of individuele leerlingen.

De zelfstandigheid komt vooral tot uiting in het werken met de (week)taak. De kinderen werken op bepaalde tijden van de dag aan deze taak. De taak bestaat vooral uit opdrachten afkomstig uit de methoden die de school voor de diverse (deel)vakgebieden gebruikt. Voor de kinderen is de mate van zelfstandigheid vooral terug te vinden in de volgende punten:

1. Leerlingen hebben hun taak af op het afgesproken tijdstip;
2. Leerlingen pakken wat ze nodig hebben en ruimen zelf de materialen weer op;
3. Leerlingen bepalen zelf of zij medeleerlingen, de leerkracht, naslagwerk ofander materiaal raadplegen.
 

Op onze school is een aantal uitgangspunten essentieel voor het opbouwen van zelfstandigheid:

  • De kinderen krijgen al vroeg (in de kleutergroepen) de gelegenheid te leren doorontdekkend bezig te zijn of door zelfstandig te oefenen;
  • Door het werken met weektaken begeleidt de leerkracht de kinderen in derichting van geheel zelfstandig werken (voortgezet onderwijs);
  • De kinderen wordt de gelegenheid geboden de kennis nog verder te vergroten viahet verrijkingswerk in de weektaak;
  • De kinderen die extra instructie nodig hebben krijgen een andere of uitgebreidereuitleg of werken met ander oefenmateriaal.Zelfstandigheid kan slechts succesvol groeien als de kinderen voldoende vrijheid en verantwoordelijkheid krijgen.


Zelfstandigheid - Samenwerken - Vrijheid - Doelmatigheid - Reflecteren - Borgen

Ontwerp | HFCM onderwijs Realisatie | web2work